‘Een choreografie’ is de volgorde en combinatie van passen, bewegingen en bewegingspatronen waaruit een dans is opgebouwd. Choreografie is dus het ontwerpen van een dans: het op muziek bedenken en bij elkaar voegen van passen, gebaren en bewegingspatronen, waarmee je als het ware een verhaal vertelt. De maker van een choreografie heet een choreograaf.



Hoe ontstaat een choreografie?

Een choreografie ontstaat bij de choreograaf. Soms is de muziek er al, maar soms moet ook de muziek nog gecomponeerd worden. Dan werken de choreograaf en componist samen. Als de muziek er al is, is het aan de choreograaf om het verhaal of het thema achter de muziek te interpreteren en daar de dansbewegingen bij te bedenken.


Als de choreograaf de muziek beluistert ontstaan de beelden van de dansbewegingen meestal als vanzelf in zijn of haar hoofd. Vervolgens werkt de choreograaf deze bewegingen samen met de regisseur en de dansers uit. Daarbij hangt het van de choreograaf af hoeveel de dansers zelf mogen invullen. Bij het maken van een choreografie moet de choreograaf wel rekening houden met de fysieke mogelijkheden van de dansers en de omvang van het podium.


De meeste choreografen delen de muziek op in kleine stukjes van acht tellen. Zo weten de dansers op welke tel ze welke beweging moeten uitvoeren.



Hoe noteert een choreograaf een dans?

Er bestaan verschillende systemen om een dans op te schrijven, zoals de Benesh-notatie en Laban-notatie. Die systemen werken net als een notenbalk voor muziek. Maar er is eigenlijk bijna niemand die de systemen gebruikt. Ze zijn te ingewikkeld en dansers begrijpen ze niet. Dansers leren de choreografie voornamelijk door iemand na te dansen en door videos te bekijken. Sommige dansers gebruiken daarbij eigen manieren om dingen op te schrijven.